Vakantie Italië – Dag 10

Verslag van onze vakantie in een appartement van Antico Borgo in San Martino, Riparbella, Italië – 9 t/m 23 juli 2015

Zaterdag 18 juli

Na het ontbijt maken we ons klaar voor het bezoek aan het mijnmuseum in de bergen van Campiglia Marittima. Het strekt zich uit over 450 hectare. We vinden het vrij gemakkelijk. Een ontzettend steil weggetje naar beneden brengt ons naar de parkeerplaats. Daar mogen we vervolgens via een trap onder de bomen door richting het museum lopen. Er staan een aantal gebouwtjes met van die typische lantaarns die aan het gebouw hangen aan de buitenzijde. We lopen richting het gebouwtje waar een mijnkarretje voor staat en waar je volgens de bewegwijzering tickets kan kopen.

We lopen op het terrein van het mijnmuseum
We lopen op het terrein van het mijnmuseum

In het gebouw bevindt zich een klein museumwinkeltje waar diverse steensoorten verkocht worden. We vertellen bij de balie dat we kaartjes voor ons gezin willen. Dan legt de vrouw eerst uit waar je kaartjes voor kunt kopen. Ze wijst op een kaartje de diverse plekken aan. Allereerst is er een rondleiding onder leiding van een gids door de eerste mijn, die ze de Temperino mijn noemen. Deze rondleiding duurt ongeveer 40 minuten en gaat door de mijn, waar het volgens de mevrouw ongeveer 14 graden is. Ze kijkt naar onze zomerse kleding en vraagt of we nog iets warmers bij ons hebben. Sarah heeft vanmorgen al wel haar warmste zomerjurk aangedaan, die mouwen heeft tot aan haar ellebogen, maar weigerde een legging aan te trekken. Lotte heeft een shirtje met lange mouwen meegenomen en Joke heeft een vestje bij zich. Ik heb wel een redelijk warme korte broek en polo aan, maar misschien is dat toch nog wel fris, we zien wel. De vrouw vertelt verder. Na de eerste rondleiding door de mijnen kun je ongeveer vijf minuten verder lopen naar een klein geel treintje. Dit treintje maakt dan een tocht van ongeveer 20 minuten door een andere mijn, de Lanzi-Temperino mijn. Je kunt daar dan 10 minuten in de trein wachten, tot hij weer terugrijdt, of je kunt een wandeling maken naar Rocco San Silvestro, een ruïne bovenop één van de bergen. Die wandeling is ongeveer 20 minuten zegt ze, maar ook dan kijkt ze naar onze kleine meiden en herstelt zich: 30 minuten. Ze vraagt ons wat we willen: de rondleiding met het treintje of ook nog de ruïne bezoeken. Mij lijkt dat laatste wel leuk, maar Sarah en Joke hebben alleen slippers aan. De vraag is of dat slim is als je zo ver moet lopen. Toch kiezen we ervoor. We kunnen vast daar altijd nog besluiten om alsnog in het treintje te blijven zitten. We krijgen een kaartje en daarop staan de verschillende tijden: 12:15u rondleiding, 13:30u vertrek treintje, 16:00u terugtocht treintje. Wow! Dat had ik niet verwacht, dat we hier zo lang bezig zouden zijn. Ik had echt gedacht dat we met een halve dag wel weer vertrokken zouden zijn.

Het is iets over half twaalf als we de kaartjes krijgen en hebben dus nog ruim een half uur voor de rondleiding begint. Terwijl Joke en de meiden even naar het toilet gaan loop ik terug naar de auto om Lotte’s flesje water te halen. Deze was ze in de auto vergeten. Nu het zo’n lange dag gaat worden zullen we hem nodig hebben, dus lijkt het me verstandig dat ik hem even ophaal. Als ik bij de auto kom besef ik me dat daar mijn vest ook nog in ligt. Deze kan ik dus mooi nog even meenemen, voor Sarah mocht ze het koud krijgen, of als ze hem niet wil voor mezelf.

We lopen naar het gebouwtje dat de vrouw heeft aangewezen. Achter een soort glazen deur die eruit ziet als een nooduitgang zien we de ingang van de mijn. Het wachten is hier nu op de gids. Terwijl we er op een houten bankje wachten komt er nog een Nederlands gezin aan. De vrouw van het gezin loopt een beetje te foeteren. Ze snapt niet wanneer de gids nou gaat komen. “Kwart over twaalf toch?”, vraagt ze. Wij bevestigen het. “Die vrouw buiten zei van niet.” Ik laat haar zien waar het op het kaartje staat. En inderdaad rond 12:15u komt er beweging aan de andere kant van het gebouwtje. Daar krijgt iedereen een haarnetje en het verzoek een helm aan te meten. Het lukt ons allemaal een passende helm te vinden, alleen Lotte’s hoofdje is te klein voor de kleinste stand van de helm en dus hobbelt die een beetje los op haar hoofd. Ze zal hem dus moeten vasthouden en dat vindt ze niet fijn. Bij de gids krijgen we een soort mp3 spelertje waarop je een Engelse versie van de uitleg kunt beluisteren. Dan lopen we richting de mijn.

Met helmen op in de mijn
Met helmen op in de mijn

Na een introductie die de vrouw in het Italiaans doet – en waarvan de Italiaanse versie opvallend veel langer duurt dan de Engelse – gaan we de mijn in. We zijn met een groep van ik schat 15 man, waarvan het overgrote deel Nederlands is. We kunnen de Engelse versie op het apparaatje moeilijk volgen, omdat de Italiaanse live versie keihard gaat. De drie of vier Italianen die dichtbij haar staan luisteren aandachtig, de rest van de groep probeert met moeite het apparaatje te verstaan. De vrouw die bij binnenkomst in het gebouwtje al foeterde geeft het nu ook op. “Ik kan geen twee talen door elkaar heen verstaan”, zegt ze kribbig. Ik snap haar wel, het is ook bijna niet te doen zo.

Soms kun je staan in de mijn, maar regelmatig moeten we echt bukken om er door te lopen
Soms kun je staan in de mijn, maar regelmatig moeten we echt bukken om er door te lopen

De tocht door de mijn gaat verder. Er zijn verschillende constructies te zien die in de mijnen gebruikt zijn. Van houten balken tot stalen varianten. Af en toe is er wat mineraal te zien. Uit deze mijnen werden vooral koper, zilver en lood gehaald. We volgen verderop het treinspoortje dat door de mijn loopt. Joke luistert af en toe naar de uitleg van de mp3 speler en vertaalt dat voor de meiden.  De mijnen zijn in 1976 voor het laatst gebruikt en later in verval geraakt. Ze hebben ze later weer opengemaakt om rondleidingen te kunnen geven. Bijna aan het einde van de rondleiding is een groot stuk te zien waar koper zichtbaar is. Hier loopt water overheen waardoor het als een groenblauw mineraal uitsteekt. De vrouw vertelt dat je er niet aan mag zitten, omdat dat het proces van verkleuring zou stoppen.

Het mooiste stukje mineraal dat zichtbaar was: koper
Het mooiste stukje mineraal dat zichtbaar was: koper

De kou valt mee. Sarah wilde mijn vest niet dus die heb ik aan getrokken. Op een gegeven moment merken we dat er wat warmte naar ons toekomt. En ja hoor, we komen de mijn weer uit. We mogen de helm inleveren en de vrouw wijst welke kant je op moet voor het treintje. Lotte is blij dat dat ding eindelijk af kan. Het was geen pretje voor haar om door die tunnels te lopen en die helm steeds vast te moeten houden. Buiten is het meteen snikheet in mijn vest dus ik doe hem weer uit en we lopen de heuvel op. Daar komen we bij een gebouwtje. Hier staat zo’n constructie die de mijnbouw karakteriseren. Een soort lift de grond in. In het gebouw staan diverse machines. De meiden gaan er even naar het toilet. Ik zie hier echter geen treintje. En ook geen spoor van waar die vandaan zou moeten komen. Als de meiden op het toilet zijn zie ik dat de trein ook helemaal niet bij dit gebouwtje komt, maar dat we iets verder door moeten lopen. Als Joke en Lotte weer naar buiten komen lopen we snel door. Ik had in mijn hoofd dat de trein om 13.00u zou gaan, maar dat was natuurlijk 13.30u. Als we aankomen hangt iedereen er dus nog rond om te wachten op de trein. Na ongeveer 10 minuten komt hij aangereden. De mensen die in de trein zaten stappen uit en vervolgens wordt de ketting, die de toegang tot het spoor afzette, weer gesloten. “Five minutes”, zegt de machinist.

We lopen richting het eerste gebouwtje van de Lanzi-Temperino mijn
We lopen richting het eerste gebouwtje van de Lanzi-Temperino mijn
Het treintje staat klaar om in te stappen
Het treintje staat klaar om in te stappen
Hier gaan we straks doorheen
Hier gaan we straks doorheen

Die vijf minuten lijken me er iets meer te zijn, maar dan mogen we toch instappen. We nemen plaats in karretje 4 van het kleine gele treintje. Een ketting met een groene plastic bescherming dient als gordel en maken we vast. Dan vertrekt het treintje. Bij dit vertrekpunt heeft de trein een cirkeltje gemaakt en rijdt dan de mijn in. Het is een lange tunnel die maar net iets groter is dan het treintje. Tijdens de tocht tettert een gids door de speakers, die vlak achter me aan het plafond van het treintje hangt. Van haar Italiaanse verhaal snap ik niets. Helaas is er geen volumeknop op deze speaker bevestigt.

De meiden vinden het treintje prachtig
De meiden vinden het treintje prachtig

Na ongeveer 10 minuten wordt het pikkedonker en komt de trein tot stilstand. Via speakers buiten de trein klinkt een rustig pratende mannenstem. Ook dit is Italiaans en dus voor mij niet te verstaan. Ik vang wel wat woorden op en daaruit krijg ik het gevoel dat men het heeft over het respect voor de mijnwerkers. Of misschien wel voor overleden mijnwerkers. Dan gaat het licht weer aan en zien we een oud mijntreintje staan. Er wordt weer iets verteld door de tetterende Italiaanse vrouw en dan rijden we weer verder.

Halverwege de tocht door de berg staat nog echt een mijnwerkers treintje
Halverwege de tocht door de berg staat nog echt een mijnwerkers treintje

Aan de verlichte bordjes met pijltje naar de nooduitgang zie ik dat we voorbij de helft zijn. Het doet me denken aan één van Lotte’s mopjes uit haar moppenboekje: “Hoe ver kun je een tunnel in rijden? – Tot de helft, want daarna rijd je er weer uit” :-). En inderdaad, na enige tijd rijden we er weer uit. Je voelt het eerst warmer worden en dan weer licht. De trein rijdt nog een stukje door en in de verte zien we Rocco San Silvestro bovenop de berg liggen. Dat ziet er toch nog best ver uit. Maar gelukkig rijdt de trein ook nog wel een aardig stukje door. Daar stopt het treintje op een klein stationnetje. In de brandende zon overleggen we nog even of we de tocht naar de ruïne willen maken. Als we zien dat het pad tussen de bomen door gaat besluiten we gewoon de wandeling aan te gaan.

We lopen richting Rocco San Silvestro
We lopen richting Rocco San Silvestro

De tocht gaat tussen bomen door, over rotsen, over trappen, over een bruggetje en langs houten hekjes. Het geeft een mooi uitzicht tussen de bergen door, waarbij in de verte ook de zee te zien is. Na bijna een half uur lopen komen we aan bij de ruïne. Het is een groot, meer dan de helft ingestort gebouw dat bestaat uit grote grijze stenen. Er is eerst een klein soort pleintje waar rechts een houten gebouwtje met “BAR” erop staat. Daar kunnen we wat te drinken kopen. Gelukkig. We bestellen een flesje “orange”, een cola een Ice Tea en een water. Het flesje “orange” bevat erg veel prik en Lotte vindt die dus niet lekker. Na wat aandringen krijgen we Sarah zover dat ze haar Ice Tea met Lotte wil delen. Al moeten we de rest van de tocht met enige regelmaat horen dat “Lotte dan voortaan gewoon zelf Ice Tea moet nemen”. Sarah heeft nog steeds zo haar nukken, maar je merkt wel dat het gedurende de vakantie minder wordt. Ze doet wat minder puberaal en kan zich wat meer overgeven aan de leuke dingen. De momenten van nukkigheid worden in ieder geval iets minder heftig en duren iets minder lang.

Gearriveerd bij Rocco San Silvestro
Gearriveerd bij Rocco San Silvestro

Na de eerste slokken van ons drinken gaan we de trappen van Rocca San Silvestro op. In een soort spiraal kun je steeds hoger klimmen. Er zijn diverse “kamertjes” waar je even een kijkje kunt nemen. Zo staan er als je bij één van de kamers naar buiten kijkt de overblijfselen van een oude olijfpers. Helemaal bovenop kun je ver kijken. Ook zien we de berg met het gat erin, waar de trein uit gekomen is. Halverwege maken we nog wat foto’s van elkaar en dan lopen we via een ander paadje weer naar beneden. Ruim op tijd beginnen we aan de weg terug naar het treintje.

Mooie plek om familiekiekjes te schieten
Mooie plek om familiekiekjes te schieten
We beklimmen de ruïne
We beklimmen de ruïne
De fundamenten zijn nog goed zichtbaar
De fundamenten zijn nog goed zichtbaar
Lotte vindt een steen met pyriet er in
Lotte vindt een steen met pyriet er in

Ik heb repect voor Sarah en Joke die deze tocht op hun slippertjes gemaakt hebben. Als we weer terug zijn bij het stationnetje wachten we op een bankje op het treintje. Daar zien hun voeten eruit als die van mijnwerkers. Helemaal zwart van het stof waar we tijdens de tocht doorheen gesjokt hebben. Na een klein half uurtje arriveert het treintje weer en kunnen we instappen. Het treintje maakt de tocht terug door de berg. Onderweg zien we diverse objecten en tunnels die we op de heenweg niet gezien hebben. Misschien hebben ze die nu verlicht, waar dat op de heenweg niet zo was, om de terugtocht ook nog interessant te laten zijn. Of we hebben gewoon niet goed opgelet. Ik houd het op het eerste :-).

Terug lopen richting het treintje
Terug lopen richting het treintje
Lotte maakt een foto van papa en mama
Lotte maakt een foto van papa en mama
Papa maakt een foto van Sarah en Lotte
Papa maakt een foto van Sarah en Lotte
Het treintje gaat de berg weer door
Het treintje gaat de berg weer door

Na de terugtocht met het treintje lopen we terug naar de auto. Het is inmiddels half vijf geweest en we moeten nog nadenken over het eten. We willen op zich wel in een restaurantje eten, maar dan zitten we met de tijden die Italië hierin hanteert. Eigenlijk kan dat pas vanaf 19:30u. We besluiten naar een kustplaatsje te rijden, omdat daar meer kans is dat er een soort barretje zal zijn waar je wel eerder iets kan eten. San Vincenzo is dichtbij en door de lokale bewegwijzering te volgen komen we daar al snel aan. Ik merk dat ik mijn draai, net als Sarah, ook al iets meer gevonden heb. Ik ken de wegen al een beetje meer en heb de grotere plaatsen in mijn hoofd zitten. Daardoor weet ik uit mezelf al iets beter welke kant ik op moet rijden.

We rijden San Vincenzo in en zoeken een parkeerplek. Langs het station van San Vincenzo en dan nog iets verder door is een parkeerterrein met voldoende plek. Ik gooi munten in de parkeerautomaat om 4 uur te kunnen staan en dan lopen we richting de haven. Op de één of andere manier doet me de omgeving een beetje denken aan beelden van het spel GTA. Zo’n kustplaatsje met een haventje en Italiaanse huisjes langs de kust. Grote lege boulevards. Alsof je door dat spel heen loopt. Maar dan is hier gelukkig geen agressie. We lopen langs diverse restaurantjes en barretjes, maar het ziet er allemaal uitgestorven en gesloten uit. Ik blijf het een vreemde gewaarwording vinden, die uitgestorvenheid rond Nederlandse etenstijd. Met kinderen als de onze, die niet uitslapen als ze laat naar bed gaan, is dat dat toch lastig. Als we bij een restaurantje vlak bij het strand wat beweging zien lopen we even naar binnen. Ik vraag aan de meneer die naar ons toe komt of we al iets kunnen eten. Dat kan. We nemen plaats in een soort serre en krijgen de kaart.

Deze man heeft de horeca prijs voor klantvriendelijkste bediening niet ontvangen. Man man, wat een norsigheid. Als Joke hem vraagt of hij perensap heeft (dat vinden de meiden hier erg lekker) begrijpt hij er maar weinig van. Appelsap dan? Ja dat heeft ie wel. En een cola light en een cola graag… oh en graag een… fles water. Maar hij is al weer weg. Hij pakt twee flesjes appelsap uit een koelkast waar Joke in kan kijken. Daar ziet ze naast de flesjes appelsap de flesjes perensap staan. “Hij heeft ze wel!”, zegt Joke. En als hij buitenkomt wijst Joke hem daar op. Hij wisselt ze om.

De meiden en ik bestellen een Calzone pizza en Joke een stuk gegrild vlees met wat gegrilde groente. Even later wordt het qua bediening drukker. Er komen nog wat obers en serveersters bij en die dekken wat tafeltjes op het terras. Qua uitstraling volgen ze aardig het karakter van de man die ons bediende. Sjok, sjok, sjok en niet erg vrolijk. Als ik aan één van de dames vraag of we alsnog een flesje water en twee nieuwe perensap mogen. Wuift ze dat ik moet wachten. Ze gaat naar binnen en stuurt de ober die ons als eerste bediende.

Als het eten op is betalen we en wordt ons nog wel een goede dag gewenst. Opeens is hij wat vriendelijker. Blij dat we weggaan? Die gekke Nederlanders die op zulke rare tijden willen eten?

We lopen door het winkelstraatje van San Vincenzo terug naar de auto. Er zitten verschillende game-hallen waar van die apparaten buiten staan waar kinderen in kunnen hobbelen voor een euro. Helaas voor Sarah heb ik geen muntjes meer en kan ze dus niet in een Tom & Jerry ding en Lotte niet in het Cars ding wat er naast staat. Maar ze kunnen wel even op de foto.

Sarah en Lotte bij de speelhal
Sarah en Lotte bij de speelhal

We lopen langs een winkeltje met diverse Avengers- en Frozen-artikelen, waaronder rugzakken. Lotte moest nog een nieuwe rugzak en één van de Avengers tassen spreekt haar en Joke wel aan. We kijken binnen even. Sarah wordt erg verdrietig dat de tassen van Frozen die ze ziet niet geschikt bevonden worden door Joke. Maar ik geef haar gelijk. We gaan geen tas kopen om te kopen, het moet wel een tas zijn die ze echt nodig heeft en deze tassen voldoen niet aan de eisen die we stellen aan een nieuwe schooltas. “Een tas voor paardrijles dan misschien?”, opper ik. Maar de enige tas die daarvoor in aanmerking komt kost 35 euro. Dat is wel een beetje teveel van het goede. Sarah blijft verdrietig dat Lotte wel iets krijgt en zij niet. Ik snap het gevoel, maar het is even niet anders. Met de wetenschap dat mama ook nog een keertje wil winkelen in een andere stad kan Sarah uiteindelijk leven. Misschien vindt ze daar dan wel een goede tas.

We rijden naar huis en Sarah heeft dorst en zin in melk. Maar goed dat ze dat zegt, want we beseffen dat die op is. We wilden eigenlijk morgen wat boodschappen doen, maar morgen is het zondag en misschien is de winkel dan wel helemaal niet open. We rijden dus nog even terug naar Cecina, om daar wat boodschappen voor morgen te halen. Zo kunnen we morgen weer een dagje zwembad doen en hebben we eten in huis. Als we bij de Lidl aankomen is die gezien de drukte nog wel open. Het is inmiddels 19:30u. Maar hij blijkt juist net pas open te gaan. Bij de ingang is het een drukte van jewelste. Alsof de nieuwe iPhone is uitgekomen staan mensen te dringen bij de ingang. Als de deuren open gaan wringt iedereen zich de Lidl in. We proberen ons zo goed en zo kwaad als dat kan een weg te banen door de winkel heen. Dan snel afrekenen en naar het huisje terug.

Melk drinken, douchen, tanden poetsen en naar bed. De meiden zijn meteen vertrokken. Voor hen was het ook een intensief dagje, met veel lopen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s